kenniscentrum-evc-logo-wit

 

Wat betekent de overgang van de kwaliteitsborging van EVC voor EVC-aanbieders en beoordelende organisaties? Hoe staat het met de afbouw van het huidige EVC-stelsel en opbouw van het systeem van validering in de arbeidsmarktroute en de onderwijsroute dat begin 2016 ingaat? De huidige regierol van het ministerie van OCW voor de kwaliteitsborging van EVC-aanbieders wordt afgebouwd en de contouren voor het nieuwe systeem van kwaliteitsborging van EVC in de arbeidsmarktroute na 2015 worden scherper.


Aanleiding
Nog even terug naar de aanleiding: eind 2012 kondigde de minister van OCW een fundamentele bezinning op het EVC-stelsel aan, waarbij de focus werd gelegd op het directe gebruik van EVC en alternatieve instrumenten ten behoeve van duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Zie beleidsreactie OCW 2012.

Van EVC-stelsel naar systeem voor validering
Besloten is dat er twee routes komen waarbij de rollen en verantwoordelijkheden van stakeholders anders liggen. Bij route 1, de arbeidsmarktroute, zijn arbeidsmarktpartijen aan zet. Bij route 2, de onderwijsroute, zijn onderwijsinstellingen en OCW aan zet.

Validering binnen onderwijsroute
Voor route 2 is het belangrijk dat mbo- en hbo-opleidingen ook gericht worden op volwassenen. Dat vraagt aanpassingen in de didactiek en programmering. Volwassenen moeten hun kwaliteiten in kunnen brengen en dat moet kunnen leiden tot verkorte en meer geflexibiliseerde opleidingen. Instellingen kunnen dat realiseren door het verlenen van vrijstellingen.

Validering binnen arbeidsmarktroute
Voor route 1 is het van belang dat de opgebouwde positie van EVC (kwaliteit, kwantiteit, civiel effect) blijft behouden.

Wijziging beleidsregel EVC
OCW heeft een regierol in het huidige EVC-stelsel. Die past niet meer in de nieuwe werkwijze. De overheidssubsidie voor het Kenniscentrum EVC gaat vervallen. In 2015 is er nog subsidie voor voorlichting over de afbouw en ondersteuning bij de ontwikkeling van een business case voor het nieuwe systeem van validering. De huidige verantwoordelijkheid van OCW voor de erkenning van EVC-aanbieders (zoals vastgelegd in de ‘Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen 2014’) zal worden afgebouwd. Concreet wil OCW dit als volgt vormgeven:

  • EVC-aanbieders kunnen vóór 1 mei 2016 bij DUO een erkenning aanvragen dan wel hun erkenning verlengen. De minister beslist binnen twee maanden (brief DUO over besluit volgt uiterlijk 1 juli 2016).
  • EVC-aanbieders hoeven niet te wachten totdat hun verklaring bijna verloopt, voordat zij verlenging aan kunnen vragen. Hierdoor kan elke EVC-aanbieder die reeds een EVC-verklaring heeft, voor 1 mei 2016 een laatste verzoek om verlenging indienen om op die manier tot en met 31 december 2017 gebruik maken van die verklaring. Om met name EVC-aanbieders tegemoet te komen die, in verband met het aflopen van hun huidige verklaring, enkele weken c.q. een paar maanden voor 1 mei 2016 een aanvraag moeten indienen, maakt OCW het mogelijk om een aanvraag in te dienen en daarbij een beoordelingsrapport te overleggen dat tot 6 maanden oud mag zijn. Daarmee kan een EVC-aanbieder binnen 6 maanden tweemaal een aanvraag indienen met hetzelfde beoordelingsrapport.
  • De duur van de door OCW afgegeven EVC-verklaring blijft 18 maanden.
  • Het EVC-register van erkende EVC-aanbieders blijft tot en met 31 december 2017 toegankelijk. Na 1 juli 2016 zullen aan dit register geen nieuwe erkenningen of verlengingen worden toegevoegd. Melding van uitbreiding van procedures binnen goedgekeurde domeinen blijft wel mogelijk en ook adreswijzigingen, informatie naar aanleiding van fusies e.d. worden verwerkt.
  • De beleidsregel EVC heeft verbinding met de Wet vermindering afdracht; voor ervaringscertificaten zijn er fiscale faciliteiten voor werkgevers en individuen, mits het betreffende ervaringscertificaat is verstrekt door een door OCW erkende EVC-aanbieder. Deze fiscale faciliteit blijft ook van toepassing tot uiterlijk 31 december 2017.

OCW publiceert de definitieve regelgeving voor de wijze van afbouw van de beleidsregel op 18 december 2015 in de Staatscourant. Alle EVC-aanbieders krijgen begin 2016 bericht hierover.
Het is aan EVC-aanbieders zelf om een keuze te maken of zij gebruik willen maken van de mogelijke verlenging in het kader van de huidige beleidsregel EVC tot uiterlijk 31 december 2017 of dat zij per 1 januari 2016 van het nieuwe systeem van validering in de arbeidsmarktroute gebruik gaan maken.

Opbouw systeem van kwaliteitsborging van EVC-aanbieders en voorlichting/communicatie
Vanaf 2016 komen er twee routes:
Route 1:

  • Doel: kandidaten met een arbeidsmarkt loopbaandoel de mogelijkheid bieden om verworven competenties te laten erkennen
  • Standaard: crebo, croho, branche, anders (o.a. ECVET-eenheden)
  • Uitvoering: EVC-aanbieders (privaat, aan onderwijs gelieerd)
  • Kwaliteitsborging: privaat kwaliteitssysteem voor EVC-aanbieders op de arbeidsmarkt (aangepaste code en register)
  • Doelgroep: volwassenen
  • Resultaat: ervaringscertificaat

Route 2:

  • Doel: kandidaten met een diplomadoel de mogelijkheid bieden van validering binnen de poort als opmaat naar maatwerk en diplomering
  • Standaard: crebo, croho
  • Uitvoering: roc’s, hoger onderwijs
  • Kwaliteitsborging: Inspectie, NVAO
  • Doelgroep: jongeren, volwassenen
  • Resultaat: vrijstelling voor onderwijs of examinering.

De uitgangspunten van route 1 zijn:

  • belang van het individu staat voorop;
  • beleg verantwoordelijkheden voor kwaliteitsborging zo laag mogelijk;
  • keep it simple;
  • leg verbinding tussen route 1 en 2; na route 1 = route 2 mogelijk
  • sociale partners spelen een belangrijke rol in route 1;
  • decentraal tenzij….

Zorgen dat kwaliteit behouden blijft
Partijen (werkgevers, EVC-aanbieders) willen dat het keurmerk (de kwaliteitscode EVC) blijft bestaan, maar niet meer vanuit OCW. EVC heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een stabiel arbeidsmarktinstrument. De huidige EVC-aanbieders, beoordelende organisaties, OCW en DUO hebben gezorgd voor bewezen kwaliteit en dat willen werkgevers en EVC-aanbieders graag behouden. Het kaf is van het koren gescheiden en er staan nu kwalitatief goede aanbieders in het register. De kwaliteitsborging kan wellicht efficiënter, bijvoorbeeld door erkenning per organisatie, niet per kwalificatie. Daar zou je de kwaliteitscode op aan moeten passen. Voorwaardelijk is dat de huidige kwaliteit behouden blijft. Want die is nu goed, zo geven examencommissies aan. Het is vooral van belang te zorgen dat opgebouwde kennis niet wegebt. Naast een uitvoeringsorganisatie die de kwaliteitsborging regelt, komt er een EVC Raad - vergelijkbaar met huidige convenantpartners (sociale partners en overheid). De EVC Raad zal een belangrijke rol spelen in de stimulering en beleidsadvisering van EVC.

Verbinding route 1 en 2
De verbinding tussen route 1 en 2 is een belangrijke voorwaarde. Voor de zomer is online monitor uitgezet (een 0-meting) om te onderzoeken op welke wijze de verbinding momenteel wordt ingevuld en wat verbeterpunten zijn.

Branchestandaarden als EVC-standaard
Branches denken nu na over een procedure voor goedkeuring/keurmerk voor branchestandaarden die gebruikt kunnen worden als standaard in een EVC-procedure. Branches geven aan zelf de regie in handen te willen houden maar er moet een mogelijkheid zijn om via een externe organisatie op vrijwillige basis een marginale toetsing te doen. Hoe dat eruit moet komen te zien is nu onderwerp van gesprek. Inschaling in het NLQF zou bijvoorbeeld een mogelijkheid zijn.

Vertegenwoordiging EVC-aanbieders in nieuw stelsel
In het nieuwe stelsel komt een EVC Raad. Daar horen vooral sociale partners in. EVC-aanbieders horen niet thuis in de EVC Raad maar zouden wel een vertegenwoordigersorgaan moeten hebben, een soort ‘gebruikersraad'. Op 15 december 2015 was er een overleg tussen ruim 20 EVC-aanbieders hierover.

Presentatie Kenniscentrum EVC voorlichtingsbijeenkomst 26 mei 2015 (PDF)

Presentatie Ministerie OCW voorlichtingsbijeenkomst 26 mei 2015 (PDF)