kenniscentrum-evc-logo-wit

 

ROC Friese Poort was in de rol van opleider betrokken bij een ECVET-pilot en dat is een van de aanleidingen geweest om bij de Invoering Herziening Kwalificatiestructuur (IHKS) het onderwijs modulair vorm te geven. Bert Muller (hoofd Dienst Onderwijs & Kwaliteitszorg) en Vera van der Boom (senior opleidingsadviseur) vertellen over de aanpak.

Het domein Zorg en Welzijn van ROC Friese Poort deed als opleider mee aan ECVET-pilot met werknemers van zorginstelling De Friese Wouden en EVC-aanbieder Vigor. Tegelijk met de pilot was er binnen het domein Zorg en Welzijn bij Friese Poort discussie over de aanpak Invoering Herziening Kwalificatiestructuur. Vera van der Boom: ‘De minister heeft beloofd dat het mbo in 2016 certificaten kan uitgeven. Door deze certificaten te koppelen aan gekwalificeerde modulen hebben deze waarde bij alle mbo-scholen in Nederland. Daar wilden we graag mee aan de slag. Door het hele onderwijs modulair op te zetten kunnen we flexibele trajecten en maatwerk aanbieden. Vanuit de contractpoot van Friese Poort, waar de bedrijfsopleidingen worden verzorgd, vinden we dat bedrijven modules bij ons moeten kunnen afnemen.’

Vraag naar onderwijs voor volwassenen neemt toe
Bert Muller: ‘We zien in het werkveld steeds meer vraag naar onderdelen van een kwalificatiedossier, steeds meer vraag naar scholing voor volwassenen. In de context van een leven lang leren hebben wij ons de vraag gesteld hoe we het initiële onderwijs en het onderwijs voor volwassenen meer kunnen integreren. Leren wordt steeds meer een continue proces. Enerzijds horen we vaak dat onze leerlingen niet startbekwaam zijn. Anderzijds is het zo dat een werkende, in het kader van een leven lang leren, een doorlopende leervraag heeft met betrekking tot het bijblijven wat betreft de ontwikkelingen in dat werkveld.’ Vera van der Boom: ‘Het werk in de zorg verandert. We zien een ontwikkeling van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. En welzijn en zorg raken steeds meer geïntegreerd. Mensen moeten daarop worden bijgeschoold. Er zijn meer eisen aan deskundigheid. De Inspectie Volksgezondheid stelt bijvoorbeeld eisen op het gebied van toedienen van medicijnen. Zorgverzekeraars eisen dat instellingen bij- en nascholing bij geaccrediteerde scholingsinstellingen afnemen om een volledige vergoeding te krijgen voor bepaalde handelingen. De vraag naar scholing voor werknemers in de sector zorg en welzijn neemt enorm toe.’

Uitgangspunten nieuwe kwalificatiedossiers
Bij Zorg en Welzijn binnen het Friese Poort wordt het onderwijs gestoeld op de volgende uitgangspunten:

  • 21ste-eeuwse vaardigheden (denk aan samenwerken, ondernemendheid, kritisch denken, probleemoplossend vermogen, mediawijsheid)
  • Modulair opleiden
  • Uitgaan van de beroepsprocessen.

Bert Muller: ‘We willen echt uitgaan van wat er in de praktijk gebeurt. De ervaring uit de ECVET-pilot met het maken van modules en het stapelen daarvan hebben we meegenomen in het onderwijsvernieuwingstraject waar we nu inzitten. We willen toe naar een systeem waarin je niet alleen een totaaldiploma kunt afgeven, maar ook onderdelen kunt certificeren op zo’n manier dat het civiele waarde heeft. We zijn in gesprek gegaan met het werkveld om het onderwijs echt op een realistische manier in te kunnen richten. De beroepsprocessen staan centraal. De beroepspraktijk vormt de ruggengraat voor het leerproces. Leren en werken zijn in onze visie onlosmakelijk met elkaar verbonden. De worsteling zit vooral in de verhouding tussen theorie en praktijk. Je kunt niet altijd al het leren vatten in werkprocessen. Soms zal een module voornamelijk theorie bevatten en soms voornamelijk praktijk. We zijn inmiddels uitgekomen op de term hybride leren. De uitdaging is: hoe maken we een programma waar zowel initiële leerlingen als volwassenen in passen. We willen die twee werelden dichter bij elkaar brengen. Deelnemers hebben immers met een en hetzelfde werkveld te maken. Een droom is bijvoorbeeld dat we volwassen deelnemers kunnen koppelen aan initiële leerlingen als maatjes.’

Hybride leren
Friese Poort gebruikt het volgende model voor hybride leren:
afb hybride leren
De dimensies acquisitie-participatie en geconstrueerd-realistisch leveren vier kwadranten op voor de definitie van hybride leeromgevingen: 1 geconstrueerde-acquisitie; 2 geconstrueerde-participatie; 3 realistische-acquisitie; 4 realistische-participatie.
Bij de eerste dimensie staat aan de ene kant de metafoor ‘kennisacquisitie’, waarbij kennis wordt beschouwd als een product dat kan worden verworven, overgedragen en gedeeld met anderen. Aan de andere kant staat de metafoor ‘participatie’, waarbij leren wordt getypeerd als lid worden van een ‘community of practice’ (Sfard, 1998). De acquisitiezijde van deze dimensie sluit aan bij de theorieën uit cognitieve tradities en de participatiezijde sluit aan bij sociale-culturele tradities. De tweede dimensie verloopt van geconstrueerd naar realistisch. Deze dimensie geeft aan hoe authentiek leertaken zijn. Geconstrueerde omgevingen worden getypeerd als weinig authentiek: het gaat om een reconstructie van de rijke werkelijkheid van de maatschappij en met name van de beroepspraktijk. Richting de realistische zijde van deze dimensie kunnen geconstrueerde omgevingen authentieker worden, bijvoorbeeld door gebruik te maken van simulatietechnologie of acteurs om de rol van cliënt of patiënt te spelen. Aan de rechterkant van de dimensie bevinden zich realistische omgevingen die een accurate afspiegeling zijn van de beroepscontext. In dergelijke omgevingen worden de lerenden ondergedompeld in echte problemen uit de werkelijke beroepspraktijk. Aan de rechterkant kunnen de lerenden actief zijn in een bestaande, operationele beroepsomgevingen. Deze twee dimensies vormen vier kwadranten, elk met specifieke soorten situaties. Zo passen klassikale, frontale lessen waarbij expliciete, theoretische kennis wordt overgedragen in het kwadrant geconstrueerde-acquisitie. Het bespreken of presenteren van werkervaringen om impliciete ervaringskennis te kunnen expliciteren past in het kwadrant realistische-acquisitie. Groepsopdrachten of simulaties horen in het kwadrant geconstrueerde-participatie. In het kwadrant realistische-participatie bevinden zich de meest realistische situaties, zoals werken voor echte, externe klanten vanuit een schoolse context, maar ook samenwerken met ervaren beroepsbeoefenaars op bestaande werkplekken.

Bert Muller: ‘Afhankelijk van het beroepsproces en de mogelijkheden van de betrokken instelling zal het onderwijs zich in één of meer van deze kwadranten afspelen. Liefst zo dicht mogelijk bij de praktijk in kwadrant 4, maar soms kan het beter in een simulatieomgeving volgens kwadrant 2. Mocht dat praktisch niet mogelijk zijn dan kun je uitgaan van casussen uit de praktijk en dan zit je meer in kwadrant 3. Als voorbeeld uit kwadrant 1 kun je denken aan vormen van e-learning.’

Verbreding naar alle domeinen
Vera van der Boom: ‘Voor Zorg en Welzijn moet alles klaar zijn in april 2016. Het initiële onderwijs start in augustus 2016 met het nieuwe KD. Op dit moment zijn ontwikkelstudio’s met docenten en een afstemmingsgroep druk bezig met de herziening binnen het domein Zorg en Welzijn. Geweldig nieuws is dat de ontworpen visie door de directie en de directieraad is omarmd en er is een dringend advies gegeven om in alle domeinen zo te gaan werken!’


Artikel Modulair onderwijs bij ROC Friese Poort (PDF)